
Na de 12 Uren van Spa heeft men in de ateliers van het Delahaye Racing Team niet stilgezeten. Na amper één rustdag begon het team uit Waver aan de heropbouw van de twee Renault Mégane Trophy Endurance voor het vervolg van het kampioenschap. "We hebben alles uiteengehaald, alles nagezien, alles schoongemaakt, de versleten onderdelen vervangen, kortom de twee wagens op punt gesteld voor de tweede helft van het seizoen," stelt teambaas Gilles Terlinden, die ook – en vooral – het probleem heeft gevonden dat het uitstekende koersbegin van de Renaults tijdens de 12 uur om zeep had geholpen. "Beide auto's kregen af te rekenen met een injectieprobleem. De motoren kregen onvoldoende benzine. Bij de 71 ging de motor stuk, bij de 72 haperde de krachtbron acht uur lang. Het was de eerste keer dat het team en de auto zo een lange wedstrijd reed en we zijn vast van plan om dat euvel niet meer te laten voorkomen. We kunnen haast niet wachten op 2007..."
Maar eerst wil het Delahaye Racing Team proberen om een vervolg te breien aan de progressie die het tot nu toe reeds kon boeken in het BTCS-kampioenschap: "We hebben tot nu toe alle doelen bereikt die we ons gesteld hadden. Toch met de 72 van Vosse-Bouvy, want met de 71 van Lémeret-Loix hebben we wel ons deel van de pech gehad. Aan het begin van het seizoen stelden we dat we tegen het eind van het seizoen om de zege wilden strijden. Zover zijn we nog niet. Dit weekend zullen de BMW's en Jaguars opnieuw hun 'grote' motoren steken, terwijl onze auto's sinds half juni niet echt een evolutie hebben ondergaan. Het zal moeilijk worden om het uitstekende koersbegin van 12 uur te herhalen, want de concurrentie beschikt over 30 tot 70 paarden meer dan ons. Hoewel we in de buurt van de spiltijd kunnen komen, in een vrije ronde zonder verkeer, dan mag je niet vergeten dat de concurrentie nog wat reserve heeft en eigenlijk twee of drie seconden onder de 2'30 kan draaien. In een wedstrijd, zeker bij het inhalen, scheelt dat een slok op een borrel. Als we zaterdag een normale wedstrijd krijgen, denk ik dus niet dat we kunnen winnen. We moeten gewoon verder werken zoals we bezig zijn: de kaart van de betrouwbaarheid trekken en rekenen op de homogeniteit van het team. We moeten zeker vermijden dat we bij een race moeten opgeven. Die joker hebben we tijdens de 12 Uren al opgebruikt. Om onze progressie verder te zetten wil ik deze keer de twee Renaults op ten minste één podium zien."

"We moeten vooral ook alle valstrikken en schietgeweren vermijden," stelt Fred Bouvy. "Tijdens de twee races van een uur gaat het er altijd iets hectischer aan toe, want het zijn echte sprintraces. Net twee wedstrijden uit het DTM. Die kortere races zijn niet echt in het voordeel van onze twee teams, want wij horen zeker tot de meest homogene duo's van het veld. De tragere rijders van de andere teams zullen deze keer minder lang rijden en het voordeel van ons uitstekende chassis – dat de banden minder zwaar belast – wordt ook beperkt. Onmogelijk om nu in de slotfase een deel van onze achterstand goed te maken. Hoewel ik er van overtuigd ben dat we tijdens de trainingen de tijd van Kurt (Mollekens) kunnen evenaren en een rondje van 2'30 en nog wat kunnen draaien, mogen we niet vergeten dat de andere auto's nu opnieuw over meer power beschikken. Een kloof slaan zoals bij het begin van de 12 Uren zit er deze keer niet in. Toch is het van groot belang dat we een startplaats op één van de eerste twee rijen veroveren, om zo een goede start te kunnen nemen. Het is trouwens de eerste keer dit seizoen dat we in Francorchamps een stilstaande start nemen. Voor het overige ben ik blij dat we opnieuw de remschijven voor de korte races kunnen gebruiken. Die zijn iets efficiënter dan de remmen die we tijdens de 12 Uren gebruikten, waar we minder agressief konden remmen, hoewel dat net één van de sterke punten van de Mégane is. Als je rekening houdt met al deze elementen zal ik dan ook heel tevreden zijn als we twee keer op het podium kunnen finishen en - indien mogelijk - in het kampioenschap voorbij één van de twee BMW's geraken."
Foto's: Jacques Letihon