Zoals in een vroeger artikel reeds gemeld, werd de uitslag van de FIA GT wedstrijd te Donington naderhand nog aangepast. De JMB Ferrari 575 van Wendlinger en Melo werd immers met een tijdstraf van 5 minuten bedacht, waardoor het duo terugviel naar de vijfde plaats. Zo wonnen Alzen en Bartels alsnog de race.
Wat was er dan precies gebeurd?
Na het overschrijden van de finishlijn reed Karl Wendlinger met de Ferrari zijn deceleratieronde. Hij bracht de wagen echter niet naar het gesloten wagenpark, maar naar de pitlane, waar hij de Ferrari parkeerde. De teamleden van JMB brachten de wagen dan maar naar het gesloten wagenpark. Het reglement voorziet echter dat na de finish van de wedstrijd, de piloot de wagen naar het "parc fermé" moet brengen, tenzij de wagen dusdanig beschadigd is (dan gebeurt deze handeling door de marshalls en/of takeldienst). In geen geval mogen teamleden/mechaniekers de wagen nog aanraken alvorens deze door wedstrijdleiding en technische controleurs is vrijgegeven na de "parc fermé" procedure.
In het geval van Wendlinger gebeurde dit dus overduidelijk wel, aangezien het de mechaniekers zelf waren die de wagen naar het gesloten wagenpark brachten. De uitleg van Karl Wendlinger: "Ik was bij het einde van de race zo moe, dat ik de wagen gewoon in de pitlane parkeerde". Een uitleg die door de Stewards van de FIA logischerwijze niet werd aanvaard, en waarop dus ook de reglementair voorziene sanctie volgde.
Een flater van jewelste dus, zowel van Wendlinger als van zijn JMB team, dat Wendlinger ook niet onmiddellijk doorverwees naar het gesloten wagenpark.
JMB Racing heeft tegen de beslissing van de FIA Stewards beroep aangetekend, dus blijven de resultaten van de wedstrijd in Donington 'onder voorbehoud', tot de FIA het beroep van JMB beghandeld heeft.
Het feit waarom JMB werd bestraft
Dit artikel werd gepubliceerd door in FIA GT op maandag 28 juni 2004 om 07:11

