Geen Audi TT aan de finish ter gelegenheid van de Belcar Masters-seizoensafsluiter. De wagen van het TTRacing-team uit Berlaar toefde na dik zeventig minuten race op een knappe dertiende plaats toen een nukkige schakelbak een voortijdig punt zette achter een overigens geslaagd Belcar-seizoen.
Géén bedrukte stemming evenwel binnen het team van teambaas Luc Goris waar het weekend toch al niet meer stuk kon nadat Chris Mattheus met een record-chrono van 1:38.7 – nagenoeg twee seconden sneller dan de vorige besttijd –de TT op een 19de plaats had gekwalificeerd; de beste gridpositie ooit sinds het TT-project werd opgestart.
“We waren naar Zolder afgezakt om via een lekker agressieve race te bewijzen dat de negende plaats behaald tijdens het Spa Racing Festival géén toevalstreffer was” blikt een geenszins ontgoochelde Mattheus terug.
“Daartoe verhoogden we onder meer de turbodruk van 600 naar 750 gram. Tests op de bank hadden aangetoond dat dit geen risico voor de motor inhield en dat is hier ook gebleken. Zowel de krachtbron als de remmen, de koppeling, de aandrijfassen etc. hebben de extra power probleemloos verteerd. De oorzaak voor de breuk in de schakeldoos is dan ook niet in de hogere turbodruk maar in materiaalmoeheid te zoeken. Die manifesteerde zich reeds donderdag in een defecte derde versnelling zodat onze opgave niet helemaal als een verrassing komt. Voor het zelfde geld draaien we met deze bak echter nog uren rond en eindigen we andermaal hoog in het klassement.”
Bert Redant wist de Audi TT als bij wonder ongeschonden door de chaos bij de start te loodsen om na de openingsronde in dertiende stelling door te komen: “Tja, het was een heikele situatie. Ik kwam als tweede aan de plek des onheils en moest hard in de remmen om de wagen voor mij te ontwijken. Omdat ook de konkurrent net achter mij in de muur ging heb ik het gaspedaal meteen daarop hard ingetrapt; link, want er lag overal olie. Toen ik dan Leo Van Sande een eind verder uitremde tikte die mij aan nadat hij op een oliespoor aan het slippen ging. Daarbij werd enkel het bandenmerk van m’n rubbers weggefreesd maar daar maal ik als …. bandenspecialist echt niet om!
Nadat de safety car de baan had geruimd kwamen er wel nog twee snellere konkurrenten terug maar dat kon de pret niet drukken; het is heel anders racen met zo’n krachtiger wagen en ik heb me kostelijk geamuseerd. Met rondetijden die zo’n drie seconden lager liggen – 1.42” tegenover 1.45” - kom je in een heel andere race terecht. Waar voorheen bij het uit uitaccelereren steeds een kloof viel, kon ik thans op het rechte eind verscheidene bi-turbo’s, de silhouette van Van Bellingen en zelfs de Ultima’s bijbenen waarbij zich automatisch ook uitremmogelijkheden aandienden. Hier ervaar je ook dat je met de betere rijders in de clinch gaat: enerzijds worden er totaal geen geschenken weggegeven maar anderzijds verloopt het allemaal veel sportiever, professioneler en kom je dus niet voor verrassingen te staan”.
“Na driekwartier rijden hadden mijn rubbers hun beste tijd wel gehad” vervolgt Redant “maar omdat ik nog steeds rondjes van 1.43” draaide en inmiddels weer in dertiende stelling reed, werd mij om strategische redenen gevraagd om langer buiten te blijven; er dreigde immers een nieuwe regenbui en misschien kwam er wel een nieuwe safety car-fase tijdens dewelke ik zonder tijdverlies kon pitten.
Die tweede neutralisatie kwàm er ook, zij het net nadat ik bij het oprijden van de Sacramentshelling plots zonder versnellingen was komen te zitten.
Maar niet getreurd, dit was zondermeer mijn beste seizoen ooit. Een seizoen waarin we erg veel vooruitgang hebben geboekt en dat na de 24U en onze 9de stek in Spa toch al niet meer stuk kon. En dan nog is er een ruime marge om deze Audi TT in 2005 verder te laten evolueren.”
“Wat evenwel niet wegneemt dat we deze winter gaan proberen om in de toerwagen-klasse ingedeeld te worden” pikt teamchef Luc Goris in.
“Bekeken door een TA-bril, hadden we dit seizoen immers voor de titel kunnen meestrijden; wat publicitair en naar de media toe een heel ander verhaal ware geweest. Overigens zou ook de leeglopende Toerisme-klasse er wel bij hebben gevaren.
Lukt dit niet dan blijven er ons twee opties; ofwel zwaar investeren in de hoop om toch vooraan mee te kunnen strijden in GTA – wat me zinloos lijkt – ofwel alles overbouwen naar bv. een Audi A4-kas. Is technisch perfect mogelijk en gezien de extra publiciteit dat dit opzet met zich mee zou brengen, ook financieel verantwoord.
TTRacing is met zijn originele projecten steeds een Belcar-buitenbeentje gebleken en dat willen we ook zo houden. Is het nou net niet deze diversiviteit die het succes van deze serie uitmaakt?”
TT Racing schakelt naar hogere versnelling
Dit artikel werd gepubliceerd in Belcar op maandag 18 oktober 2004 om 16:14

