Gisteren, in het eerste deel 1 van ons uitgebreid interview met Peter De Sonville, vertelde Peter ons hoe hij in de journalistiek is terechtgekomen. Vandaag breien we een verlengstuk aan dit interview en geeft Peter ons onder andere ‘zijn’ kijk op de autosport, door de bril van een journalist.
RW: Een ex-rijder bekijkt autosport veelal anders dan de modale toeschouwer. Is dit bij jou ook het geval?
PDS: "Ex-piloot is een groot woord. Mijn enige ervaringen zijn drie seizoenen Pro-Formula, enkele rally’s en de Fiat Jeunesse Cup. In Croix-en-Ternois stonden we op de pole en draaide ik de snelste ronde in wedstrijd. Mijn beste ervaring. Achteraf bekeken had ik misschien beter in een merkencup gereden. Maar de toenmalige Renault 5 GT Turbo-Cup was te duur.
Maar die ervaringen maken wel dat je autosport op een speciale manier gaat bekijken. Ik ben zéér geboeid door merkencups. Daar wordt het kaf van het koren gescheiden. Er moet uiteraard een goed team achter de piloot staan, maar in een merkencup kan men zich mijn inziens beter vergelijken met de rest van het peloton. Wie bvb Corthals, Heydens of Jacobs kan volgen in een Clio mag zeggen dat hij met de auto kan rijden. Van bij de start moeten alle registers open. Eén klein foutje kan beslissen over winst of verlies.
In de Belcar, Touring Cup of BTCS ligt dat anders. Geen enkele wagen is te vergelijken. Er zijn zoveel verschillende elementen waarmee je rekening moet houden om de piloten te gaan vergelijken. Er rijden een pak goede piloten in deze kampioenschappen. Er wordt hard geknokt en velen gaan de limieten opzoeken. Maar de kwaliteiten van sommige héél snelle piloten worden soms verdoezeld door het mindere materiaal of het kleinere budget waarmee ze het moeten doen."
RW: In ons kleine belgenlandje beschikken we met het Belcar kampioenschap over een toch wel uniek concept. Welke is jouw visie hieromtrent?
PDS: "De Belcar bvb is een schitterend kampioenschap met wagens die een zéér hoog niveau halen. Onvoorstelbaar in een land zonder constructeurs. Ik vind de nieuwe kalender met wedstrijden over één, twee, zes en vierentwintig uren een geweldig idee. Een brede waaier en een nieuwe bron om uit te putten als journalist. Ik ben benieuwd naar die twee wedstrijden over één uur. Vier verschillende soorten wedstrijden tijdens één seizoen zal voor de teams geen makkelijke opgave worden waarbij de strategie telkens zal moeten worden aangepast.
Dat maakt de Belcar zo uniek. Maar persoonlijk heb ik het beste gevoel tijdens wedstrijden over korte afstanden. De 24 Uren is een begrip. Maar de belasting van de mechaniek is hier een zéér belangrijke factor, waardoor de meeste piloten een normtijd krijgen opgelegd en hun koers gaan afstemmen op de concurrentie. De puntendeling na 6, 12 en 24 uren is een goede zaak. Daardoor wordt er wat harder getrapt."
RW: Naast jouw artikels voor Autokrant, ben je ook aan het werk voor Circuit Zolder en voor diverse teams. Een moeilijke combinatie?
PDS: "Eerst en vooral moet je als journalist je objectiviteit behouden als je voor verschillende partijen werkt. Ik heb er steeds nauwlettend op toegekeken dat ik de teams waarvoor ik perscommuniqués maak geen voorkeursbehandeling geef in mijn teksten voor Autokrant of Circuit Zolder. De Belcar vind ik, samen met de Zolder Touring Cup en de BTCS, mooie en goed doordachte kampioenschappen. Maar indien ik er een andere mening op nahoud, zal ik niet nalaten om dit in Autokrant Magazine te schrijven. Ik heb tot hiertoe nog geen opmerkingen gekregen."
(Morgen het derde en laatste deel van dit interview, waarin Peter o.a. zijn visie geeft over internetjournalistiek en ook praat over de 'kostprijs' van autosport...)
Interview met Peter De Sonville (deel 2)
Dit artikel werd gepubliceerd door in Nationaal op dinsdag 08 februari 2005 om 07:44

