Francorchamps, de 24 Uren van Spa, zondag 29 juli 2007. Nog een uur te gaan. Eric van de Poele rijdt aan de leiding met de Maserati. Het weer is slecht, de stint zit er bijna op, de banden hebben hun beste tijd gehad... Even niet geconcentreerd, en weg is de overwinning. Hij verliest 4'40 en wordt tweede. Een moeilijk moment, maar het scherpt zijn motivatie: dit jaar rijdt Eric van de Poele voor hetzelfde team en gaat hij voor die vijfde overwinning in de 24 Uren. Een absoluut record dat hij op zijn naam wil.
Die tweede plaats, vorig jaar. Was dat je meest frustrerende resultaat ooit? "Met voorsprong. Ja, je kunt zeggen dat mijn stint er bijna op zat. En dat de banden goed aan het slijten waren. Maar eigenlijk valt het niet goed te praten, wat ik vorig jaar deed. Ik verloor even de controle over de auto, een fractie van een seconde, meer was niet nodig. Ja, je zou kunnen zeggen dat ik pech had omdat er overal elders uitloopstroken van asfalt waren en uitgerekend daar niet. Maar de waarheid is dat ik in de fout ging, punt uit. Het overkomt ons allemaal wel een keer. We rijden altijd op de limiet, noem het een soort evenwichtsoefening. Zo'n uitschuiver brengt je weer met beide voeten op de grond. Maar in het team reageerden ze fantastisch. Iedereen kwam me troosten, Bartels op kop. Dat ik dit jaar opnieuw met hen rijdt, bewijst trouwens dat ze me het nooit kwalijk hebben genomen. Ik ben dus meer dan ooit gemotiveerd. En ik zweer je dat ik de auto deze keer op de piste zal houden, zoals je trouwens van me gewoon bent..."
Duurde het lang vooraleer je erover heen was? "Pas in Zolder, in het slot van het seizoen, toen de jongens van Maserati ALD Vitaphone zowel bij de rijders als de teams de titel pakten, voelde ik me opgelucht. Omdat ik dacht: mijn tweede plaats in Francorchamps heeft het seizoen dan toch niet verknald..."
Dit jaar krijg je drie toprijders als teamgenoten. Noem het een "dream team"... "Je kunt inderdaad geen beter trio bedenken. Bartels en Bertolini zijn niet alleen snel, ook heel regelmatig. En de nieuwkomer stond op pole in Le Mans. Ik heb het over Stéphane Sarrazin, volgens mij een van de snelste rijders met dit soort auto's. Kortom: ik heb de ideale teamgenoten. Twee jaar geleden won ik trouwens samen met Bartels en Bertolini. Straks is het de vierde keer op rij dat ik voor dit team rijd, met dezelfde auto en dezelfde teamgenoot, Bartels. Dat moet een record zijn, niet?"
Stéphane Lémeret is opnieuw van de partij in de andere machine van ALD Vitaphone. Kun je hem raad geven? "Hij liet vorig jaar uitstekende dingen zien. Hij was snel en regelmatig. Het verbaast me dan ook niet dat hij opnieuw in het team is opgenomen. Bartels schenkt niet zomaar om het even wie vertrouwen. Lémeret rijdt samen met Miguel Ramos, Alexandre Negrão en Alessandro Pier Guidi. Die kerels zullen het ons niet gemakkelijk maken."
Precies: wie zijn jullie gevaarlijkste tegenstanders? "De andere Maserati dus, maar ook de Aston Martins, de Corvettes en de Saleens. Ik vind het echt jammer dat de Corvettes van Luc Alphand niet van de partij zijn. Maar het wordt wel spannend, zoals in het kampioenschap trouwens. De 24 uren, dat is een lange sprint, dat is knokken van start tot finish. En zo weinig mogelijk tijd verliezen in de stand. Het soort oefening waar ons team perfect op voorbereid is."
De 24 Uren van Francorchamps, wat betekent dat voor jou? "De 24 Uren, dat is het verhaal van mijn leven in de autosport. Ik won de race vier keer. En vier keer Francorchamps, dat staat mooi op een palmares. De eerste keer was ik nog heel jong, in de tijd van de toerwagens, en mijn laatste overwinning was met een GT. De 24 Uren, dat is ook een hoop leuke souvenirs. In 1987 won ik met een BMW van Jean-Michel Martin, die me in mijn debuutjaren enorm heeft geholpen. Mijn teamgenoot was Didier Theys, met wie ik vorig jaar reed. Maar ik stond die zondag niet op het podium omdat ik datzelfde weekend moest racen in de DTM. Dat jaar pakte ik trouwens de titel. In 1998 reed ik met een BMW Groep N die was geprepareerd door Bart Mampaey (RBM) en won ik samen met Alain Cudini en Marc Duez, dankzij onze uitstekende strategie. Bart is een grote teambaas, weet je. Dat bewijst hij voortdurend in het WTCC. En dan, na een veel te lange tussenperiode, had ik het geluk dat Michael Bartels me binnenhaalde bij ALD-Vitaphone. Een overwinning in 2005, samen met de teambaas en Scheider, en dan in 2006 met de baas en Bertolini. En nu ben ik er opnieuw klaar voor, na die tegenslag in 2007. Hoewel, we werden vorig jaar toch mooi tweede..."
Blik eens terug op je carrière... "In 1979, toen ik achttien was, reed ik mijn eerste provinciale autorace. Daarna bleef het een paar jaar stil omdat ik geen geld had om te racen. Dankzij een overwinning in de Volant Avia-La Châtre kon ik in 1984 deelnemen aan het Franse kampioenschap Formule 3. Ondanks de beperkte middelen kon ik daar mooie dingen laten zien, en een jaar later opende de BRPC (club van Belgische journalisten), geconsulteerd door BMW Belgium, voor mij de deur naar het Belgisch toerwagenkampioenschap. Toen ging het allemaal heel snel: Formule Ford met de Belgische en Benelux-titel in 1986, terwijl mijn drie overwinningen in de Formule 3000 in 1990 het pad effenden naar de Formule 1. Dankzij Jean-Michel Martin en Pascal Witmeur kon ik in 1991 en '92 in Formule 1 rijden. Weliswaar in kleine teams, maar dat vind ik niet erg. Ik reed voor Modena, Brabham en Fondmetal, allemaal teams die de boeken sloten... net toen ik voor hen reed. Met iets meer geluk was ik verder geraakt in de Formule 1, ja, maar gedane zaken hebben geen keer. Als autoracer maakte ik trouwens fantastische dingen mee, zoals die twee overwinningen in de 12 Uren van Sebring, in 1995 (Ferrari 333 SP) en 1996 (Riley & Scott), maar ook de 24 Uren van Le Mans, waar ik een keertje derde werd (2001) en een keer vierde (2002) met een Bentley. En dan heb je natuurlijk de vier overwinningen in de 24 Uren van Francorchamps, waar we het al over hadden. Ook heel leuk was de GP Masters, een kampioenschap met alleen maar voormalige F1-rijders. In 2006 werd ik in Qatar derde achter Mansell en Danner, en in Silverstone zelfs tweede achter Cheever. Dat waren echt uitzonderlijke koersen, de sfeer in de paddock was fantastisch. En vorig jaar reed ik in de Le Mans Series, samen met Didier Theys. Een fantastische tijd, hoewel de auto niet echt competitief was. Met de Porsches beschikken ze dit seizoen over uitstekend materieel."
Op 30 september word je 47. Is de motivatie nog altijd intact? "Intact? Ik was nooit zo gemotiveerd als nu. Autosport is mijn grote passie. Ik ben dus helemaal niet van plan om te stoppen. Daar zal ik pas aan denken als ik niet snel genoeg meer ben, maar dat is nog lang niet het geval. Bovendien is dit mijn vak. En mijn programma voor dit seizoen zit goed vol: 15 races in Grand Am in de States (min een, want Montreal valt samen met de 24 Uren), maar ook de 12 Uren van Sebring, de 24 Uren van Le Mans, Francorchamps en natuurlijk de Petit Le Mans. In de States is het team van mijn ploegmaat Tracy Krohn echt uitzonderlijk. Ik amuseer me rot met die Pontiac Lola. Bijna alle mecaniciens en ingenieurs komen uit de F1. Ik heb een contract van een jaar met optie, en ik hoop echt dat ik er in 2009 opnieuw bij ben. Je merkt het: ik heb het nog altijd ontzettend druk, achter het stuur..."
Eric van de Poele gaat voor nummer 5: "Nooit was ik zo gemotiveerd..."
Dit artikel werd gepubliceerd op donderdag 10 juli 2008 om 19:47

